| Naam | De Eendragt | ![]() |
| Bouwjaar | 1691 | |
| Type | Stellingmolen | |
| Kenmerken | Achtkante Molen | |
| Functie | Zaagmolen | |
| Ligging | Utrechtseweg 13, Weesp a/d Vecht | |
| Bedrijfsvaardigheid | in gebruik als woning | |
| Vlucht/Rad | 19,90 meter | |
| Wieksysteem | Oud-Hollands met uitneembare windborden | |
| Kruiwerk | Engels kruiwerk |
Geschiedenis
Molen De Eendragt is een in, of kort voor, 1691 gebouwde achtkante bovenkruier
met stelling. Zeer waarschijnlijk heeft molen
de Osch op deze lokatie gestaan. De windbrief voor deze molen werd op 21
oktober 1691 verleend aan Hilgert Hilgertsz. Cramer, brandewijnbrander te Weesp.
De molen was gebouwd op grond van het burgerweeshuis der stad Weesp en bedoeld
om graan te breken voor de brandewijnbranders, een moutmolen derhalve.
Rond 1807 kwam er een eind aan het malen voor de branderijen en werd de molen
tot schelpzandmolen verbouwd. In een schelpzandmolen werden van het strand aangevoerde
schelpen met kantstenen fijngemalen. Het hierna door zeven of builen verkregen
poeder werd gebruikt voor de fabricage van fijn aardewerk, de grovere bestanddelen
werden benut als schuurmiddel. Later werd er op de molen ook kunstcement vermalen.
In 1815 werd de molen verkocht aan een combinatie van vier timmerlieden, te
weten gebroeders Van der Bergh uit Weesp, G. Verschuur uit Muiden en Van der
Stok uit Naarden, die hem tot houtzaagmolen lieten verbouwen. In 1830 traden
Van der Stok en Verschuur uit, waarna de molen in volle eigendom overging naar
de gebroeders Van der Bergh. Deze breidden de zaak al spoedig uit want in of
kort na 1835 bouwden ze direct ten zuiden van De Eendragt eigenhandig een paltrokhoutzaag-molen
met loods, schuitenhuis, helling en knechtswoning. Lang heeft deze molen, die
De Gebroeders was genoemd, echter niet bestaan want al in 1851 werd hij gesloopt.
De molen De Eendragt kreeg kort na 1920 een oliemotor als hulpkracht maar bleef
als windhoutzaagmolen in bedrijf tot omstreeks 1932. In dat jaar werd hij aan
een houthandel verkocht, waarna de molen sterk in verval raakte en uiteindelijk
zelfs van zijn wiekenkruis werd ontdaan.
De ontrakelde molen werd in 1950 overgedragen aan de gemeente Weesp, die hem
in 1952 op haar beurt voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht aan
een particulier Dr. Buma, onder de verplichting de molen uitwendig weer als
molen te herstellen. Dit herstel kwam in dat zelfde jaar nog tot stand. De molen
werd daarbij echter geheel verbouwd en ingericht tot woning en dokters praktijk,
waarbij de karakteristieken van de zaagmolen zoals het zaagmechanisme, de sleephelling
en het balkengat verloren gingen. De tegen de molen aansluitende houten zaagschuren
zijn toen gedeeltelijk in steen herbouwd.
Na jaren van stilstand wordt de molen sinds het najaar van 1977 weer nu en dan
in werking gesteld.
Eigenaren na ombouw tot woning
Buma
Van den Bergh
Drabbe
Mak van Waay (1991 kap gerestaureerd)
Huidige bewoners Fam. de Kuyper. (2001 restauratie rechter aanbouw.)
Constructie
Het overwegend eiken achtkant van deze molen staat op een wat lage, zwaar uitgevoerde
stenen onderbouw en heeft een boventafelement met blokkeelconstructie.
De onderste bintlaag met bijbehorende karbelen is in grenen uitgevoerd wat ongetwijfeld
betekent dat deze later is aangebracht. Hoewel dit thans vanwege alle binnenbetimmeringen
niet meer is te constateren, is het niet onmogelijk dat de molen per veld slechts
één veldkruis heeft of heeft gehad. Ook is niet meer te zien of er wel dan niet
een ondertafelement aanwezig is. De kap kruit op een houten rollen en is al
eens grotendeels vernieuwd (19de eeuw?). Het wiekenkruis bestaat uit twee ingekorte
roeden met Oudhollands wieksysteem. Ze zijn in 1952 aangebracht en waren afkomstig
uit een molen te Delfzijl.
De binnenroe is in 1885 gemaakt voor de Veenpolder van Echten (F). Het nummer
van de buitenroe is niet goed leesbaar maar lijkt nr. 1350 te zijn. Deze roe
werd in 1884 gemaakt, eveneens voor de Veenpolder van Echten.
De bovenas is eveneens uit een andere molen afkomstig en omstreeks de eeuwwisseling
of iets later in De Eendragt aangebracht ter vervanging van een houten as.
De molen heeft een Vlaamse vang. Het totaalbeeld dat de gehele molenconstructie
biedt doet sterk vermoeden dat voor de bouw omstreeks 1691 een tweedehands en
van elders komende molen is gebruikt. Waarschijnlijk was de huidige molen voordien
een grondzeilenkorenmolen.
Het ontbreken van kruikrammen of sporen daarvan in het boventafelement geeft
aan dat de molen als buitenkruier is gebouwd.
In 1952 is een engels kruiwerk geplaats en is de molen aangepast om als woning
dienst te doen.
